Over katoen
!
katoenplant

Biologische katoen

Ideaal voor de zomer
Katoen is de meest gebruikte vezel voor kledingtextiel. Dat is niet voor niets, katoen draagt prettig, en gaat redelijk lang mee. Katoen kan ongeveer twintig procent vocht opnemen alvorens vochtig aan te voelen. Katoenen weefsels voelen koel aan, omdat katoen een goede warmte-geleider is. Het warmte-isolerend vermogen is dus laag. Ideaal voor zomerkleding!
 
 
Katoenteelt
Toch is er op de katoen ook veel aan te merken. De bezwaren hebben vooral te maken met de teelt van de plant. Katoen gebruikt erg veel water, waardoor grootschalige katoenverbouw een desastreuze uitwerking heeft op de waterhuishouding in bepaalde gebieden. Daar komt nog bij dat de katoenplant het vooral goed doet in subtropische en tropische omstandigheden. Vaak juist in gebieden waar er toch al grote problemen met water en droogte zijn. Het beruchtste voorbeeld is de verdroging van het Aralmeer, die voor een belangrijk deel een gevolg is van de katoenteelt.
 
 
Gewasbescherming
Conventionele katoen wordt rijkelijk bespoten met wat eufemistisch wel eens “gewasbeschermingsmiddelen” wordt genoemd. In gewoon Nederlands hebben we het dan over onkruidbestrijders of insectenverdelgers. In de conventionele katoenteelt gaat men daarbij bijzonder ver. Een kwart van de bestrijdingsmiddelen die wereldwijd worden gebruikt, belandt op de katoenvelden. Regelmatig worden ontbladeringsmiddelen gebruikt om de katoenpluk efficienter te laten plaatsvinden. Er is wel eens berekend dat er om een gewoon t-shirtje van 250 gram te maken ongeveer 125 gram landbouwgif wordt gebruikt. De gevolgen voor mens en natuur zijn desastreus. Dat geldt op de eerste plaats voor de katoenarbeiders.
 
 
Biokatoen
In biologische katoen worden verschillende van dit soort bezwaren opgeheven, maar punten als het waterverbruik blijven knellen. Vandaar dat voortdurend gezocht wordt naar vezels die het draagcomfort van katoen evenaren, maar minder belastend zijn voor het milieu.
 
 
Certificaat is een keurmerk
Let bij gecertificeerde biologische katoen goed op wát precies gecertificeerd is. Diverse grote merken (C&A, H&M) maken gebruik van "organic cotton", en hechten eigen keurmerken aan hun kleding. Dat betekent doorgaans dat het gewas op de velden op een verantwoorde wijze is geteeld, maar wil niet per se zeggen dat in de verdere afwerking geen gebruik wordt gemaakt van schadelijke chemicaliën, verfstoffen of asociale productiemethoden. Eigenlijk heeft deze biocertificering dus maar betrekking op een gedeelte van het totale proces. Keurmerken als GOTS en IVN nemen wel de volledige productie onder de loep.
 
In de webwinkel van Ecotex vindt u veel artikelen van biologische katoen, zoals in de collectie van Global Woman en Bo Weevil. Deze biokatoen is afkomstig uit Turkije en wordt daar ook verbouwd. De certificeringen zijn volgens de Global Organic Textile Standard.

 

Oorsprong van katoen

Uit India
De katoenplant is van Indiase oorsprong en heeft van daaruit langzaam de wereld veroverd. Rond de tiende eeuw bereikte de katoenplant al de Arabische wereld, in China dook ze al in de twaalfde eeuw op. In Europa is de katoenvezel al vanaf het begin van de dertiende eeuw bekend.
 
In die tijd werd de wol schaars als gevolg van een teruggang in de schapenfokkerij, en kwam de zogenoemde bombazijn op als vervangend product, een weefsel dat werd vervaardigd met een linnen kettingdraad en een inslag van katoen. Met name vanuit Venetië werd de katoen in Europa verhandeld; de Venetiaanse kooplieden kochten de katoen (zowel garens als balen ruwe katoen) vooral in Syrië. Vanaf die tijd is de katoen eigenlijk niet meer weg te denken, want het is een vezel met fantastische eigenschappen.
Tegenwoordig wordt katoen in meer dan 100 landen geproduceerd; de belangrijkste zijn China (24% van de wereldproductie), de USA (19%), India (16%) en Pakistan (10%).

Eigenschappen van katoen

Moeilijk te verven
Katoenvezels zijn van nature overtrokken met een dun 'waslaagje', die cuticula heet. Dit laagje wordt zo genoemd omdat het een wasachtige substantie bevat, cutine. Deze cutine beschermt de vezig tegen te sterk vochtverlies, maar belet omgekeerd ook het doordringen van bleek- en kleurstoffen tot de katoenvezel. Als de katoen geverfd of gebleekt moet worden, zal dus eerst de cutine moeten worden verwijderd. Dat gebeurt door de katoen te koken in verdunde natronloog (kierkoken). Aangezien het waslaagje de vezel elastischer en soepeler maakt, wat weer een voordeel is bij het spinnen, gebeurt dat kierkoken doorgaans pas ná het spinnen.

Katoen en milieu

Teeltsoorten
In een studie van de landbouwuniversiteit Wageningen werden in 2006 drie vormen van katoenproductie onderscheiden:
conventionele productie (80% van het totaal)
IPM (Integrated Pest Management, 20%) en
biologische productie (0,04%).

Water en pesticides vormen de grootste milieuproblemen in katoensystemen.