warm, isolerend, ademend... en gemakkelijk in het onderhoud

Wol is de meest gebruikte textielvezel van dierlijke oorsprong, en daarvan neemt schapenwol veruit het grootste aandeel voor zijn rekening. Meer dan 96% van de in de textiel gebruikte wol komt van schapen, de overige vier procent komen merendeels van angorageiten, kamelen, lama's en alpaca's.

De gekroesde haren vormen een isolatielaag die de dieren beschermt tegen temperatuurswisselingen en andere invloeden van het weer. De wolvezels zelf zijn omgeven door een natuurlijk laagje was (lanoline) dat de vacht waterafstotend maakt. In de andere richting (van binnen naar buiten) laat wol echter wél waterdamp door.

Deze natuurlijke eigenschappen worden bijna één op één overgenomen door kleding die van wol wordt gemaakt: wol is warm en isolerend maar toch ademend, en is ideaal als je in wisselende temperaturen verblijft of veel buiten bent. Wol kan tot 33% van zijn eigen gewicht aan water opnemen zonder vochtig aan te voelen. Van de andere kant: als wol eenmaal door en door nat is (na wassen) droogt het slechts langzaam. Wol heeft nog meer goede eigenschappen: het is gemakkelijk in het onderhoud, vuilwerend, brandt niet, kreukt niet, beschermt tegen UV, is van nature elastisch.

Biologische wol

De biologische wol-sector is vrij klein. In 2015 werd minder dan een procent van de schapen biologisch gehouden.
Wol die als ‘biologisch’ aangemerkt wordt, moet aan een aantal eisen voldoen. Feitelijk is er sprake van twee fases. De eerste fase gaat over de wijze waarop de schapenhouderij wordt bedreven. De tweede gaat over de wijze waarop de wol wordt verwerkt tot textiel.
Met betrekking tot de biologische schapenhouderij staan twee zaken centraal: dierenwelzijn en de bescherming van het milieu. Dat betekent onder andere dat in biologische schapenhouderij bijzondere aandacht wordt besteed aan de huisvesting van de dieren, dat deze zo veel mogelijk toegang hebben tot de open lucht of weidegrond, dat het aantal dieren in overeenstemming moet zijn met de grootte van de weilanden om overbegrazing, erosie en overbemesting te vermijden, dat diervoeders uit biologische landbouw komen, dat genetische manipulatie niet is toegestaan, dat de schapen niet preventief worden behandeld met insecticiden etc. Mulesing (zie beneden) is verboden in biologische schapenhouderij.
De tweede fase is de verwerking van de wol tot textiel. Dit kan garen zijn maar ook doek of kleding. Dit moet voldoen aan de eisen die worden gesteld door een keurmerk voor biologische textielproductie. Het belangrijkste keurmerk voor biologische textiel is de Global Organic Textile Standard (GOTS). Om GOTS-gecertificeerd te kunnen zijn, moet de wol afkomstig zijn van biologische schapenteelt. Vervolgens moet in de hele productieketen waarbij wol wordt verwerkt tot een eindproduct (wassen, spinnen, breien of weven, verven, confectie) voldaan moet worden aan een groot aantal eisen op ecologisch gebied alsmede aan sociale criteria. Onafhankelijke instanties zien erop toe dat de certificering correct gebeurt. Ecotex is zelf een GOTS-gecertificeerd bedrijf. Wij worden daarvoor jaarlijks gecontroleerd door zo’n onafhankelijke instantie, in ons geval CERES.

Duurzaam

Wol is niet alleen een mooie en natuurlijke vezel maar ook duurzaam. Schapenteelt kost weliswaar land, maar meestal is de grond waar schapen op worden gehouden arm en ongeschikt voor landbouw. Door zijn grote elasticiteit hoef je wol niet te strijken, en vaak wassen hoeft ook niet: gewoon buiten in de frisse lucht laten uitwaaien is vaak genoeg dankzij het natuurlijke herstelvermogen van de vezel.
Er zijn veel verschillende schapenrassen, die allemaal een eigen kwaliteit wol leveren. De verschillen zitten hem in eigenschappen als de lengte van de vezel, de kroezing, sterkte, fijnheid, glans en zuiverheid. Een van de populairste rassen is het merinoschaap. Dit van oorsprong Spaanse ras wordt op grote schaal gehouden in Australië en Argentinië. 

Mulesing
De laatste jaren is er veel kritiek op de schapenhouderij in Australië. Dat heeft vooral te maken met de praktijk van het 'mulesing' die daar op meerdere bedrijven wordt toegepast. Ter voorkoming van (vaak levensbedreigende) ziektes die worden veroorzaakt door bepaalde parasiterende vliegen wordt bij mulesing de huid rond de anus verwijderd. Op het littekenweefsel dat zo ontstaat, groeit geen wol en worden infectiehaarden vermeden. Mulesing is er ter voorkoming van ernstige aandoeningen die de parasieten kunnen veroorzaken, maar het is een pijnlijk proces dat doorgaans onverdoofd wordt uitgevoerd en dat door dierenbeschermingsorganisaties fel onder vuur wordt genomen. 
Op de schapenbedrijven in Argentinië (de zogenoemde 'estancias') is mulesing niet aan de orde, omdat de 'blowflies' die dat in het warme Australië in de hand werken, in Zuid-Amerika niet voorkomen. Daarnaast is de kwaliteit van de Zuid-Amerikaanse wol als gevolg van de klimatologische omstandigheden (grotere temperatuurverschillen, en eeuwige harde wind) volgens sommigen beter dan de Australische.
De biologische wol die door onze leveranciers wordt verwerkt, komt voornamelijk uit Zuid-Amerika en meer specifiek uit Patagonië, de landstreek tussen Argentinië en Chili.
De wollen producten van Ecotex zijn zoveel mogelijk verkregen uit biologische veeteelt, zonder mulesing.