In de loop van de week krijgen we vragen over uiteenlopende onderwerpen. Soms gaan ze over specifieke punten die alleen voor de bellers interessant zijn, maar soms zitten er ook zaken tussen die misschien ook anderen interesseren. Op deze pagina proberen we deze vragen te beantwoorden. Heb je zelf ook een vraag: mail dan naar info@ecotex.nl
"Slijten sokken van biokatoen sneller dan 'gewone' sokken?
Het korte antwoord: ja, maar dit heeft niet direct te maken met bio.
Maar...
Hoe zit het?
Sokken worden over het algemeen voor een groot gedeelte gemaakt van katoen, die soms bio is en meestal conventioneel. Je zult begrijpen dat sokken tijdens een normale dag veel te verduren krijgen. Er zijn tal van momenten waarop er wrijving ontstaat tussen voeten, sokken en schoenen. Die wrijving veroorzaakt slijtage. Hoe snel die slijtage optreedt, hangt van allerlei factoren af. Uiteraard van het materiaal, maar ook van de intensiteit van het gebruik.
Hoe lossen de producenten dit op?
Om de slijtage te beperken wordt in sokken vaak polyamide verwerkt, een elastische maar ook sterke synthetische vezel. Ook andere synthetische vezels (zoals polypropyleen en elastaan) worden om uiteenlopende redenen vaak gebruikt in sokken. Sokken waarin veel polyamide is verwerkt, slijten dus minder snel dan sokken van honderd procent katoen (of wol).
Een ander voordeel is dat deze synthetische vezels goedkoper zijn te produceren dan natuurlijke vezels. Sokken met meer polyamide zijn goedkoper te produceren en kun je goedkoper aanbieden dan sokken van natuurlijke vezels.
Laat je dus niet van de wijs brengen door kreten als ‘slijtvast katoen’ want dat bestaat niet. In zo’n geval is er altijd een flink percentage polyamide of andere plastic aan de katoen toegevoegd. Met betrekking tot slijtvastheid geldt: katoen = katoen. Kijk altijd naar de materiaalsamenstelling.
Wat is het voordeel van sokken van natuurlijke materialen?
Natuurlijke materialen zijn ademend, ze geven lichaamswarmte en -vocht af aan de buitenlucht. Plastics doen dat niet, of pas door er extra functionaliteit aan toe te voegen. Dat is aan de ene kant een goede ontwikkeling, maar aan de andere kant blijft het plastic, een fossiele grondstof. Sinds een jaar of tien is het steeds duidelijker geworden dat al die synthetische vezels een forse bijdrage leveren aan het wereldwijde probleem van de plasticvervuiling.
Slijt biokatoen sneller dan gewone katoen?
Nee, katoen = katoen. Maar het is wel zo dat certificeringen als GOTS eisen dat eindproducten als sokken een hoog percentage natuurlijke vezels bevatten. Als dat minder is dan 92% kan een product niet meer worden gelabeld als “GOTS Organic”. In gecertificeerd biologische kleding zit dus altijd een hoog percentage natuurvezels, en die slijten sneller. Overigens moet je opletten met de keurmerken want voor een certificering als OCS blended content, is maar een klein aandeel van vijf procent biologisch geteelde vezels nodig. Voor sommige merken zijn die vijf procent echter al reden om flink op de trom te slaan met betrekking tot duurzaamheid. Let dus altijd op de samenstelling.
Kunnen die synthetische vezels niet worden vervangen door sterke natuurlijke vezels?
Ja, tot op zekere hoogte wel. Zo hebben duurzame sokkenproducenten wel geprobeerd om de polyamide te vervangen door sterke ‘bastvezels’ als hennep en linnen. Bastvezels zijn sterk en beschikken over een grote trekkracht. Maar ze zijn ook stug en niet erg elastisch. Juist in gebreide textiel (zoals sokken) is die geringe elasticiteit een uitdaging: breisels bestaan immers uit heel veel kleine lusjes. Juist die stuggere bastvezels zijn voor die toepassingen wat minder geschikt: het garen zal sneller breken, zeker bij veeleisende artikelen als sokken.
Een tweede oplossing die we hebben gezien is dat katoenen garens sterker werden getwijnd. Je krijgt dan een vaster, sterker garen. Dat droeg positief bij aan de levensduur van de sokken. Maar, zo werd ons verteld door de producent: “Mensen vonden dat hardere garen onprettig, ze wilden het liever zachter.” Waarna deze producent weer overschakelde op minder hard getwijnd garen.
Conclusie?
Het moet niet worden overdreven, maar sokken van natuurlijke vezels slijten sneller. Daar staan voordelen tegenover met betrekking tot comfort en milieubelasting en dan is het uiteindelijk de vraag wat voor jou het meest telt.
"Is biologische kleding ook natuurlijk geverfd?"
Regelmatig krijgen we de vraag of gecertificeerd biologische kleding ook natuurlijk geverfd is. Helaas is dat een misvatting: soms is biologisch gecertificeerde kleding natuurlijk geverfd, maar doorgaans niet. 'Helaas' omdat ook wij liefhebbers zijn van natuurlijk verven en van natuurlijk geverfde textiel. Uiteindelijk zijn synthetische verfstoffen immers ‘fossiel’, dus oliederivaten. Daar komt nog bij dat natuurlijke verfstoffen vaak mooiere kleuren produceren.
Hoe zit het nu met synthetische kleurstoffen in natuurlijke kleding?
De belangrijkste, wereldwijd toegepaste standaard voor biologische textiel is GOTS (Global Organic Textile Standard). Dit is feitelijk een lijst van voorwaarden waaraan een product moet voldoen om gecertificeerd te worden. Het is trouwens een lange lijst, de meest recente versie van de GOTS (versie 7.0 uit maart 2023) telt liefst 48 bladzijden. ‘Chemische input’, waaronder synthetische verfstoffen, wordt door GOTS niet uitgesloten maar er zijn wel criteria voor aangelegd. Met andere woorden: bepaalde hulpstoffen zijn wél toegestaan en andere niet.
De GOTS-standaard bevat een schrikbarend lange opsomming van hulpstoffen die potentieel gebruikt kunnen worden in de conventionele (niet bio) textielindustrie, maar die binnen de biologische standaard verboden zijn. Met betrekking tot de verfstoffen zijn dat bijvoorbeeld verfstoffen die zware metalen bevatten maar ook pigmenten (azo-verfstoffen) met kankerverwekkende eigenschappen, plasticeerders, alle soorten pfas, gechlorineerde paraffines enz. Het zijn deze stoffen waaraan de synthetische verfstoffen hun slechte naam te danken hebben en waarvan we in de media soms de schrikbarende voorbeelden krijgen voorgeschoteld: oranje gekleurde rivieren, massale vissterfte enz.
Al die stoffen zitten dus gelukkig niet in de door GOTS gecertificeerde producten. Maar er mag wel degelijk gebruik worden gemaakt van synthetische hulpstoffen, mits die een (veel) geringere impact op het milieu hebben. Vanuit de hoek van de natuurlijke ververs is daar enkele jaren geleden kritiek op geleverd. Zij stelden dat er eigenlijk een onderscheid gemaakt moest worden tussen natuurlijk geverfde en synthetisch geverfde artikelen, waarbij de natuurlijk geverfde binnen de GOTS een hogere status moesten krijgen. Op dit moment is dat echter niet aan de orde.
Ondanks dat natuurlijke kleuren mooier zijn is het overwicht van de synthetische kleurstoffen wel te verklaren. De belangrijkste reden is natuurlijk dat ze veel goedkoper zijn dan natuurlijke, want veel gemakkelijker te maken. Denk maar even aan de tijd die het kost om verfplanten te telen en er vervolgens de kleurstoffen uit te extraheren. Niet voor niets was goed geverfde kleding met hoge licht- en wasechtheden heel lang een exclusief product.
Een andere reden is dat plantaardig verven nogal wat gevolgen zou hebben voor de beschikbare landbouwgrond, als dit op grote schaal zou plaatsvinden. In het verleden, toen hongersnood vaker op de loer lag, werd de teelt van verfplanten om die reden regelmatig verboden. Ook tegenwoordig wordt er met het oog op de stijgende wereldbevolking gewezen op de noodzaak van een landbouwareaal dat groot genoeg is om iedereen te kunnen voeden.
Onze ervaring met de industrie is dat die wel degelijk geinteresseerd is in nieuwe kleurstoffen, ook plantaardig. Maar dan moeten die wel de mogelijkheid bieden om tegemoet te komen aan de eisen van de consument: dat wil zeggen dat ze beschikken over goede licht- en wasechtheden, dat de kwaliteit homogeen is (zodat de ene partij dezelfde kleur geeft als de andere) en dat het betaalbaar blijft. Vooral die laatste twee zullen een uitdaging zijn.
Toch zijn er allerlei ontwikkelingen die erop wijzen dat er in de toekomst op industriële schaal geverfd kan worden zonder synthetische kleurstoffen. Met zeewier, met paddenstoelen, met bacteriën, overal in de wereld wordt er in allerlei laboratoria volop geëxperimenteerd. Soms zijn er ook goede resultaten, maar voorlopig vooral op laboratoriumniveau. Hoe lang het gaat duren voordat deze nieuwe natuurlijke kleurstoffen echt kunnen worden ingezet in de industrie, is nog niet te zeggen. Zoals er ook nog weinig is te zeggen over wat het gaat kosten en hoe alles eruitziet bij opschaling van de productie.
De vraag naar natuurlijke kleurstoffen komt vaak van mensen die zich voorbereiden op een natuurbegrafenis. Natuurbegraafplaatsen stellen eisen gesteld aan de biologische afbreekbaarheid van de kleding die door de overledene wordt gedragen. Synthetische kleurstoffen zijn in feite oliederivaten en dus niet gemakkelijk afbreekbaar. Met betrekking tot kleurstoffen lijkt het beleid van de natuurbegraafplaatsen niet uniform: de een accepteert alleen ongeverfde kleding, de ander ook synthetisch geverfde. Dit kan het best worden nagevraagd bij de natuurbegraafplaats.
"Wat is dat eigenlijk, biologische wol?"
Jaren geleden kregen we een vervelend mailtje van een mode-ontwerper: “Jullie houden mensen voor de gek! Biologische wol, dat bestáát niet eens!”
Toch wel!
Heel in het algemeen is biologische wol afkomstig van gecertificeerde biologische schapenhouderij. Net zoals dat ook het geval is bij de andere biologisch gecertificeerde agrarische activiteiten staat daarin een aantal zaken centraal: milieu en klimaat, de instandhouding van een goede grondkwaliteit en biodiversiteit en om die reden ook het afzien van synthetische meststoffen en gewasbeschermers. Ook genetische manipulatie is in strijd met biologische landbouw zoals die is gedefinieerd in bijvoorbeeld de verordeningen van het Europees parlement, de National Organic Standard van het Amerikaanse ministerie van landbouw en van de internationale federatie van biologische landbouwbewegingen IFOAM (International Federation of Organic Agriculture Movements).
Specifiek met betrekking tot de veehouderij gaat het over bijvoorbeeld dierenwelzijn, de voeding van de dieren en het niet preventief gebruiken van synthetische geneesmiddelen. Dierenwelzijn houdt onder andere in dat de dieren voldoende stalruimte en vrije uitloop hebben en dat ze natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Uiteraard is de omstreden en in Australië nog regelmatig toegepaste praktijk van het mulesing verboden in de biologische schapenhouderij.
Er is een verschil tussen gecertificeerde biologische wol en (bijvoorbeeld) een gecertificeerde trui van biologische wol. De schapenhouderij en de wol die deze voortbrengt vallen onder een landbouwcertificering. Deze zegt dus iets over de wijze waarop de schapen worden gehouden, niet over de manier waarop de wol vervolgens wordt verwerkt. Daarvoor zijn weer andere certificeringen bedacht, waarvan GOTS (Global Organic Textile Standard) de belangrijkste is. Voor een GOTS-gecertificeerd wollen kledingstuk is het voorwaarde dat de wol afkomstig is uit biologische veeteelt. Vervolgens controleert GOTS de manier waarop de wol wordt verwerkt. Daarbij kan je denken aan bijvoorbeeld welke kleurstoffen gebruikt mogen worden of op welke manier de wol machinewasbaar wordt gemaakt. Daarnaast controleert GOTS ook sociale aspecten van de productie (bijvoorbeeld of de arbeiders normaal worden betaald, en of er sprake is van een veilige werkomgeving).
"Ik wil mijn jeans oververven. Kan ik dat doen met jullie plantaardige verfstoffen?"
Op onze pagina met natuurlijke kleurstoffen raden we af om kleding over te verven met deze verfstoffen. Dat geldt dus ook voor een jeans. Het korte antwoord zou kunnen luiden: inderdaad, niet doen!
Toch is dat misschien wat kort door de bocht. Kleding van natuurlijke materialen is wel degelijk met plantaardige kleurstoffen te verven, alleen zijn de resultaten wat ongewis. Dat wij het gebruik van natuurlijke kleurstoffen voor kleding afraden is daarom eigenlijk een disclaimer. Hoe zit het?
Een belangrijk punt is dat natuurlijke verfstoffen anders reageren op verschillende materialen. In het verversmétier heet het dat verschillende materialen anders 'aanverven'. Verf je een lapje katoen op precies dezelfde manier dan een lapje wol dan zullen de resultaten anders zijn. Katoen is immers een cellulosevezel, wol een proteinevezel. In de kant-en-klare pakjes met verfstoffen is hier al rekening mee gehouden, door de toevoeging van specifieke of een andere hoeveelheid beitsmiddelen. De beitsmiddelen zijn overigens nodig om de verfstof goed te laten doordringen tot of hechten aan de vezel.
Ook op synthetische materialen verven natuurlijke kleurstoffen anders aan. Vaak is het echter niet helemaal duidelijk van welk soort materiaal een artikel is gemaakt. Is het echt van honderd procent katoen of zit er ook nog polyester in? Ga je dit verven dan zou het zomaar kunnen dat het eindresultaat vlekkerig is omdat de polyester anders aanverft dan de katoen.
Daar komt bij dat doorgaans niet duidelijk is met welke kleurstoffen de kleding in eerste instantie is geverfd en welke andere hulpmiddelen hierbij worden gebruikt. In ververijen worden soms bijvoorbeeld middelen gebruikt die voorkomen dat een verfbad te veel schuimt. Soms is kleding ook kreukvrij of waterafstotend gemaakt. Sommige zaken kan je zelf uitzoeken, andere niet.
Tot slot: plantaardige verfstoffen worden meestal gebruikt op natuurlijke materialen en daar worden ze ook op getest m.b.t. kleurdiepte, was- en kleurechtheid.
Voor jeans is er nog een ander punt. De typische jeansstof (denim) wordt geweven met vooraf reeds geverfde garens. De kettingdraden (lengtedraden) van een denimweefsel worden geverfd, de inslaggarens die er dwars op komen zijn ongeverfd. Het samenspel van geverfd en ongeverfd garen geeft samen met de binding (de manier waarop de ketting- en inslagdraden worden geweven) een speciale look. Bij een jeans is dit het duidelijkst aan de binnenkant: je ziet dan de ongeverfde en geverfde vezels en een schuin oplopende lijn, die kenmerkend is voor de gebruikte binding, de keper of twill.
Een jeans van onbewerkte katoen kun je dus wel oververven, ook met plantaardige kleurstoffen, maar daarmee verf je ook de structuur van de jeans weg.
Zie hierover ook deze blog →
Maakt je dit niet uit, houd er dan wel rekening mee dat blauwverven met natuurlijke indigo niet in de wasmachine kan maar dat dit altijd in een verfpan gebeurt.