CAMPAGNE IN STRIJD TEGEN MICROPLASTICS
Het toenemende gebruik van polyester in kleding leidt tot steeds grotere problemen. De katoensector had in het verleden zelf imagoproblemen en hield zich vrij lang relatief rustig. Nu wordt er campagne gevoerd tegen polyester en de daarmee verbonden problematiek van de microplastics.
* Foto: Cotton Works
Het antwoord op het groeiende probleem van de microplastics? Kies voor materialen die geen plastics bevatten en die deze ook niet loslaten tijdens het gebruik of tijdens het wassen. Kies voor natuurlijk.
Dat was zo ongeveer de inhoud van een campagne waarmee de katoenorganisatie Cotton Works deze week onze aandacht trok. Synthetische vezels zijn een belangrijke bron van vervuiling met microplastics, die worden aangetroffen in het milieu maar ook in menselijke organen. De gezondheidsgevolgen daarvan zijn nog niet helemaal duidelijk maar steeds meer onderzoeken krijgen een alarmerende toon. En het lijkt niet te blijven bij zorgen over milieu en gezondheid. Eerder deze maand concludeerden onderzoekers in een nieuwe studie dat microplastics ook bijdragen aan de opwarming van de aarde, waar de eerdere veronderstelling was dat ze de opwarming misschien zouden afremmen.
Dat het dragen van synthetische kleding op de iets langere termijn problematische gevolgen heeft voor mens en milieu is natuurlijk geen nieuws, al is nog niet helemaal duidelijk hoe groot de impact op elk gebied is. Meer dan tien jaar geleden werd er door wetenschappers en door journalistieke platforms al op gewezen dat microplastics overal in het milieu voorkomen, dat we ze inademen en dat we ze binnenkrijgen door het drinkwater en eten. Ook was toen al bekend dat de kleine plastic deeltjes via de voedselketen een bedreiging vormden voor het leven in de oceanen en wetenschappers die zich ermee bezig hielden wezen tevens al snel op de mogelijke gezondheidseffecten voor de mens. Maar… honderd procent zeker was het allemaal niet. En dus wordt er nog steeds weinig gedaan aan de steeds snellere groei van fast en ultra fast fashion, die een grote vraag hebben naar synthetische materialen. Alom wordt de kledingindustrie beschouwd als een van de grootste (maar niet de enige) bron van microplastics.
* Foto: Cotton Works
Dat katoen en andere natuurlijke vezels een oplossing kunnen bieden voor de plastic-crisis, was dus al langer duidelijk. Wat wel opvalt is het nieuwe vertrouwen dat de katoensector uitstraalt. Toen de synthetische industrie enkele jaren geleden de recyclede polyester op het schild hees als een soort nieuwe kampioen van duurzaamheid klonk er aanvankelijk weinig tegengeluid. Dat kledingmerken die geheel afhankelijk waren van deze polyester zich daarmee profileerden als donkergroen, wekte nauwelijks tegenspraak of verontwaardiging. Ook dat de zogenaamde circulariteit die tegenwoordig zo nadrukkelijk in de picture staat, vaak niet meer is dan greenwashing zolang synthetische vezels steeds opnieuw in het milieu worden gepompt, is een verhaal dat niet vaak wordt gehoord. Ook over de groeiende tweedehandsmarkt hoeven we volgens meerdere onderzoekers niet onverdeeld positief te zijn.
Nu moet worden gezegd dat de katoensector ook wel reden had om zich even kalm te houden. Met name in de jaren 1990 werd duidelijk dat het er in die wereld ook lang niet altijd even fris aan toeging. Er werd gewezen op het grootschalige gebruik van landbouwgif met alle gevolgen voor het land, de biodiversiteit, de gezondheid van de boeren, en mogelijk zelfs van consumenten. Zaadveredelaars als het Amerikaanse Monsanto leken er met hun genetisch gemanipuleerd katoenzaad vooral op uit om katoenboeren in een afhankelijke positie te manoeuvreren. Ook werd en wordt katoen in verband gebracht met een buitensporig waterverbruik en landgebruik. Juist die misstanden in de katoensector waren voor enkele pioniers reden om te beginnen met biologisch geteelde katoen.
Dat was toen...
Inmiddels zijn we echter meer dan dertig jaar verder. In de tussentijd is het gebruik van polyester geëxplodeerd, werd de fast fashion uitgevonden, is er een gigantische overproductie van synthetische kleding en heeft dit geleid tot een enorm textielprobleem. Vanuit rijke westerse landen worden textieloverschotten onder het mom van ‘hergebruik’ in landen van het mondiale zuiden gedumpt, een praktijk waarvoor inmiddels de term textielkolonialisme is bedacht.
Maar terwijl de consumptie van fast fashion toenam heeft ook de katoensector niet stilgezeten. Door scholing van (soms analfabete) boeren werd het gebruik van landbouwgif teruggedrongen en door nieuwe technieken kon soms enorm worden bespaard op watergebruik. Waar vroeger een akker voor irrigatie soms onder water werd gezet, gebeurt dat tegenwoordig steeds vaker door micro-irrigatie. Door middel van drones kan goed gemonitord worden wanneer en hoeveel water gebruikt moet worden. Het gebruik van onkruidverdelgers wordt soms al vervangen door op zonne-energie aangedreven robots die onkruid wieden.
Dat juist de katoensector zich laat horen is ook om een andere reden belangrijk. Katoen is nog steeds de belangrijkste natuurlijke vezel met een productievolume dat veel groter is dan dat van alle andere natuurlijke materialen (linnen, hennep, wol, jute enz.) samen. Ook al is de productie van synthetische vezels inmiddels ongeveer twee keer zo groot, het belang van de katoensector kan niet worden onderschat, Wereldwijd biedt hij werk en inkomen aan meer dan 250 miljoen mensen, verspreid over meer dan tachtig landen, zowel arme landen als rijke landen, zowel kleine boertjes als grote landbouwbedrijven.
In een serie factsheets wijst CottonWorks er onder andere op dat:
Desondanks zijn de problemen de wereld nog niet uit. In de biologische katoensector is de traceerbaarheid goed geregeld door certificeringen als GOTS. Ook in de conventionele katoensector zijn er grote stappen gezet op het gebied van traceerbaarheid, maar in dat verhaal werden recent nog gaten geschoten. Zorgelijk blijft ook de grote Chinese katoensector, die vooral is geconcentreerd in de regio Xinjiang, waar de mensenrechten ernstig worden overtreden (vervolging van Oeigoeren en productie in strafkampen). En natuurlijk wordt in de conventionele katoensector nog steeds gewerkt met landbouwgif en genetisch gemanipuleerd zaad.
We kiezen niet voor niets voor biologisch!