| Ecotex Blog | 21-2-2026 |
Hennep is een mooi en natuurlijk materiaal met een aparte uitstraling en unieke eigenschappen. Daarnaast is het een plant die ook in Europa goed groeit, die de potentie heeft om (opnieuw) een belangrijke 'inheemse' kledingvezel te worden die een goed alternatief is voor zowel Chinese hennep als van fossiele vezels.
Daar was iedereen het mee eens op de bijeenkomst over Europese hennep die we dinsdag in Brussel bezochten. Tegelijkertijd werd opnieuw duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is voor we in Europa een volwaardige hennep-industrie hebben die zowel kwalitatief als kwantitatief kan concurreren met China.
De bijeenkomst was de afronding van een meerjarig project, opgezet en gefinancierd door de EU, waarin werd geparticipeerd door zowel machinebouwers, henneptelers, hennepverwerkende industrie (spinnerijen, weverijen) en wetenschappers. Het doel was om ‘een innovatieve, lokale en biobased ecologische vezel – langvezelige hennep - te implementeren in de textiel waardeketen van noordwest-Europa.’
Onze conclusie, na het bijwonen van meerdere presentaties vanuit verschillende hoeken: er wordt vooruitgang geboekt. Maar (helaas!) we zijn er nog lang niet.
Vooruitgang is er bijvoorbeeld op het gebied van de teelt. Er zijn nieuwe landbouwmachines ontwikkeld die het mogelijk maken de hennep aan de voet van de plant te maaien en deze lange stengels te keren, wat een eerste vereiste is voor het verkrijgen van langvezelige hennep. Van de andere kant zijn de teeltresultaten nog altijd wisselvallig: in tegenstelling wat soms wordt gedacht groeit hennep niet altijd en overal uit tot een hoge en robuuste plant waar gemakkelijk textiel van is te maken. Zoals ook het geval is bij andere planten, kampen telers met uiteenlopende problemen zoals grondverdichting, te veel of te weinig regen, slakken enz. Een specifiek probleem van hennep is dat de plant in onze geografische zone pas vrij laat in de zomer geoogst kan worden, juist als hier de natte herfst voor de deur staat. Regen is nodig bij het rotingsproces van hennep (een proces waarbij door invloeden van regen, schimmels en bacteriën houtachtige delen van de plant worden aangetast) maar hij moet wel voldoende droog zijn alvorens hij kan worden opgeslagen. Om de oogsttijd verder naar voren te verleggen, wordt er daarom geëxperimenteerd met specifieke rassen die eerder tot bloei komen. Die onderzoeken zijn nog in volle gang.
“Net zoals het geval is bij andere gewassen moet hennep soms een beetje worden geholpen in zijn ontwikkeling,” vertelde een bezoeker ons. “Als er straks op grotere schaal wordt geteeld, is het ook mogelijk dat problemen die we nu nog niet hebben in de teelt, alsnog de kop opsteken. Misschien moet er dan wel worden gewerkt met gewasbeschermers.”
De verwerking van hennep lijkt in bepaalde opzichten op de verwerking van vlas. Met name in Frankrijk en België is er nog vlasverwerkende industrie die, zo is de gedachte, tevens kan worden ingezet voor hennep. Ook dat blijkt minder evident dan gedacht. Een grote Franse spinnerij gaf bijvoorbeeld aan dat het spinnen van hennep veel minder efficiënt verloopt dan het spinnen van vlas. In de hennep ontstonden vaker breuken en was de uniformiteit van het garen minder. Al met al kwam men daar tot een rendementsverlies van 35% ten opzichte van vlas.
Voorzitter Bart de Pourcq van Alliance for European Flax-linen & hemp, de belangenbehartiger van de vlas- en hennepindustrie in Europa, wees er onder andere op dat de verwerkende mogelijkheden in Europa zeer beperkt zijn. Niet alleen zijn hier nog nauwelijks spinnerijen die in staat zijn om de grondstof te verwerken, ook wees hij op de noodzaak van vakbekwame en goed opgeleide medewerkers in de productiebedrijven. Waar halen we die vandaan?
Wat ook aan de orde werd gesteld was het gegeven dat hennep zo veel lijkt op linnen. Hennep zou op een andere manier moeten worden neergezet, als een alternatief voor bijvoorbeeld linnen of andere natuurlijke materialen. Maar hoe kan henneptextiel een eigen identiteit ontwikkelen als het zoveel lijkt op die andere vezel?
Dat zal nog lastig worden. Van de andere kant werd op een kleine tentoonstelling duidelijk gemaakt dat er op de designacademies, wetenschappelijke instituten en in bedrijven volop wordt gewerkt aan productdiversificatie. Waar we hennep nu nog voornamelijk associëren met robuuste en sterke textiel, lijkt er ook een toekomst te zijn voor faux fur, voor de zachtste stoffen en de fijnste garenkwaliteiten van hennep.
Sommige van die vernieuwingen, zoals ‘hennepbont’ worden al omarmd door enkele grote modemerken wat tot grote productievolumes kan leiden. Grote ‘high end’ modemerken die haute couture maken zijn echter constant zoekend naar de nieuwste materialen, het kan niet gek genoeg zijn als het maar iets nieuws is. Of deze steeds naar innovaties zoekende mode de continuiteit kunnen bieden die de ‘gewone’ industrie nodig heeft, is echter maar de vraag.