NIEUW RAPPORT VAN KATOENORGANISATIE ICAC
Waarom wijst biologische landbouw welbewust allerlei technologische innovaties af zoals gentech, synthetische 'gewasbeschermers' en synthetische meststoffen, terwijl toch is bewezen dat die leiden tot hogere opbrengsten? Kunnen we ons biologische landbouw wel permitteren, in de wetenschap dat de wereldbevolking hard groeit en de landbouwgrond schaarser wordt? Dit soort vragen vormen al jarenlang de kern van een debat tussen aanhangers van biologische landbouw en skeptische tegenstanders. In een recente publicatie (juni 2026) van het in de VS gevestigde International Cotton Advisory Committee (ICAC) wordt geprobeerd een evenwichtig beeld te schetsen over biologische katoenteelt.
22/08/2026
Boeren en consumenten die skeptisch staan tegenover biologische landbouw en biologische textiel, benadrukken vaak dat voorstanders een onrealistisch en geromantiseerd beeld van de werkelijkheid hebben. De wereld moet worden gevoed en de landbouw moet zo efficiënt mogelijk worden bedreven. Klaar! Waarom zou je dan kiezen voor bio, die immers minder oplevert?
In een recent verschenen 'Global review on organic cotton' maken dr. Keshav Kranthi, hoofd van het wetenschappelijk bureau van de ICAC en dr. Sandhya Kranthi eens te meer duidelijk dat deze argumentatie te kort door de bocht is. Biokatoen is nog altijd slechts een niche en de ICAC is geen spreekbuis voor biologische katoenboeren maar toch ademt het hele rapport een positieve benadering van de biologische teelt. De schrijvers zijn zich daarvan bewust en merken daarom op dat "het niet de bedoeling was om biologische katoen kritiekloos te verdedigen, en ook niet om moderne landbouwtechnologie af te schrijven, maar een genuanceerd beeld van de stand van het wetenschappelijk onderzoek te geven." Dat doen ze aan de hand van meer dan 170 studies en rapporten.
We zetten een paar kwesties die in het rapport worden besproken op een rijtje.
- Levert biologische katoenteelt werkelijk minder op?
Tal van studies wijzen erop dat de opbrengsten inderdaad beduidend lager zijn, wat veel katoenboeren ervan weerhoudt om over te stappen naar bio. Toch is dit volgens het rapport van de ICAC maar het halve verhaal. Als een boer wil overstappen op biologische teelt is eerst een overgangsperiode verplicht, waarin de grond zich kan herstellen en waarin geen gewasbeschermers mogen worden gebruikt. Juist in die periode ligt de oogst lager. Meerdere studies over de biologische katoenteelt in India (het belangrijkste productieland) tonen echter aan dat de opbrengsten toenemen zodra het biologische systeem eenmaal is gevestigd. Een bijkomend voordeel is dan dat de boeren geen gebruik meer hoeven te maken van dure gifstoffen, en doorgaans profiteren van de hogere prijzen die voor biologische katoen worden geboden. Nadelen zijn er ook, er moeten bijvoorbeeld meer arbeidskrachten worden ingehuurd voor het wieden van het onkruid en het handmatig plukken van de oogst.
Definitieve conclusies kunnen echter maar moeilijk worden getrokken, zeggen de schrijvers, omdat de teelt vaak plaatsvindt in ver uiteenlopende omstandigheden, zowel m.b.t. klimaat en grondsoort, als m.b.t. productiewijze. De stelling dat biologische teelt altijd minder oplevert, klopt echter niet (blz. 18-19).
- Is het gebruikte landbouwgif terug te vinden in de kleding van de consument?
Bij biologische katoen is dit uiteraard uitgesloten maar op conventioneel katoen 'lint' (katoen die al is ontdaan van pitten en plantenresten) wordt het soms aangetroffen in te hoge concentraties. Overigens breken sommige insecticiden die op de akkers worden gebruikt zo snel af, dat ze al na enkele dagen niet meer zijn terug te vinden op de (geoogste) katoen. Veel verdwijnt ook tijdens het verdere proces van de katoenverwerking (wassen, verven) zodat de in conventionele landbouw gebruikte bestrijdingsmiddelen vaak niet meer detecteerbaar zijn in stoffen en kleding. Dat geldt echter met name voor geverfde stoffen. In ongeverfde, naturelkleurige stoffen wordt soms wel degelijk nog landbouwgif aangetroffen.
Gezondheidskwesties hebben echter niet alleen te maken met de consument want deze gewasbeschermers hebben wél een negatieve impact op de gezondheid van de boeren. In Europa is met name veel te doen over de mogelijke relatie tussen landbouwgif en neurologische aandoeningen, in het rapport van de ICAC wordt vooral gewezen op ademhalingsproblemen bij boeren die met bestrijdingsmiddelen werken (blz. 22).
Voordelen biologische katoenteelt
De voordelen van biologische katoenteelt strekken zich over meerdere gebieden uit. in het rapport wordt gewezen op de (veel) grotere biodiversiteit die biologische landbouw met zich meebrengt, evenals de betere grondkwaliteit, het hogere vermogen om water en CO2 vast te houden en de lagere broeikasuitstoot.
Maar er is wel degelijk ook kritiek. Meer dan 97 procent van de biologische katoenteelt gebeurt door kleine boeren in met name India, Centraal-Azië en Afrika. De keuze voor bio wordt voor hen niet altijd bepaald door idealistische motieven, belangrijker is soms dat biologische teelt beter aansluit op traditionele landbouwmethoden.
Ondanks dat het aandeel biologische katoen op de totale katoenproductie nog steeds stijgt, was het in 2024 nog slechts 2,8 procent. Bio is dus nog steeds een kleine niche, wat soms problemen met zich meebrengt. Zo is het soms moeilijk om aan zaaigoed te komen dat niet genetisch is gemanipuleerd. Bijna alle conventionele katoen is genetisch gemanipuleerd, deze sector overheerst de markt maar het is verboden in alle standaarden voor biologische landbouw. Daarnaast zijn er door zaadveredelaars minder katoenrassen ontwikkeld die expliciet geschikt zijn voor bio-landbouw.