IJslandse wol
Dit artikel is gemaakt van IJslandse wol. Schapen zijn mogelijk al in 874 door Vikingen in IJsland geïntroduceerd, maar volgens de meeste historici is het realistischer om te denken dat dit pas rond het jaar 1300 gebeurde. Sindsdien heeft het IJslandse schaap zich fysiek aangepast aan het barre klimaat en de soms bijtende kou. Het IJslandse schaap heeft een zachte, dichte en goed isolerende onderwol en een buitenvacht van langere wol die het schaap beschermt tegen regen en sneeuw.
Kenmerkend voor IJslandse wol is dat de natuurlijke wolkleuren wit, zwart, grijs en bruin vaak worden gebruikt.
Schapen worden in IJsland niet intensief gehouden, maar lopen vrijwel vrij rond. IJslandse schapen zijn uniek, er zijn ongeveer 400.000-500.000 van deze dieren. De typische IJslandse schapenboerderij heeft een kudde van 200-300 dieren. Mulesing bestaat niet in IJsland en de boeren schatten dat er in IJsland 30 keer minder antibiotica worden gebruikt dan in Europa, omdat het subarctische klimaat ongunstig is voor ongedierte zoals luizen.
Warm bron- of geiserwater wordt gebruikt om de wol te wassen en te ontvetten. Het is zo zacht dat er maar weinig zeep of ontvettingsmiddelen nodig zijn.
Meer lezen over IJslandse wol →
Garen van IJslandse wol bekijken →